donderdag 8 maart 2012

Zijn trends in de verzadigd vet consumptie gelinkt aan veranderingen in het risico op hartziekten?


Achtergrond: Dit stuk is gebaseerd op een artikel dat is gepubliceerd in het "British Journal of Nutrition" door 13 wetenschappers (Pedersen et al.) en 3 reacties op het artikel die ook allemaal zijn gepubliceerd. Meer achtergrondinformatie kunt u elders lezen (1).

Dit keer zullen we kijken naar veranderingen in de consumptie van verzadigd vet over de afgelopen decennia. Zijn deze veranderingen in verband te brengen met veranderingen in het risico op hartziekten?

Pedersen et al (2) stellen dat de sterfte door hartziekten in Noord-Amerika, West-Europa en Australië-Azië de afgelopen 30 jaar is afgenomen. En dat dit een weergave is van een succesvol beleid om de inname van verzadigd vet te beperken:

There have been substantial reductions in mortality from CVD (cardiovascular diseases) in North America, Western Europe and Australasia over the last 30 years that reflect successful national public health policies to reduce the intake of SFA (saturated fatty acids), in addition to promoting smoking cessation and controlling blood pressure.
De auteurs geven zelf al aan dat tegelijkertijd beleid is uitgezet om het stoppen met roken te bevorderen, en om de bloeddruk te verlagen. Maar hoe kunnen we weten welk van deze veranderingen verantwoordelijk is voor een verandering in de sterfte aan hart- en vaatziekten, als de veranderingen tegelijkertijd optraden? Daar geven de auteurs geen antwoord op en tevens refereren ze niet naar wetenschappelijk onderzoek om hun standpunt te onderbouwen.

Zelf heb ik wel een rapport gevonden over de Verenigde Staten (VS) van Amerika (3). Dit liet zien dat het % energie uit verzadigd vet lichtelijk is afgenomen in de afgelopen decennia, terwijl de absolute inname is gestegen (van 25,7 tot 27,8 gram per dag):
A report from the US Department of Agriculture and the US Department of Health and Human Services states that no reductions were found in the intake of SFA in the American diet over the period 1989–1 to 2005–6(4). Indeed, although the intake of SFA as percentage of total energy (en%) was slightly higher over the first time period (12·3), than over the last three time periods (11·2–11·4), the total amount of SFA in g/d increased slightly over this time (25·7–27·8).
Tevens waarschuwde ik dat je niet met zekerheid kunt zeggen dat veranderingen in de consumptie van verzadigd vet over de afgelopen decennia verantwoordelijk zijn voor veranderingen in de sterfte aan hartziekten. Omdat veel veranderingen in het dieet, de leefstijl, de diagnose voor hartziekten, en farmaceutische middelen zijn opgetreden:
More importantly, it is not possible to unequivocally associate changes in SFA intake to changes in CHD mortality over time, since many changes in diet, lifestyle, diagnosis and pharmacological treatments have occurred over the last 30 years.

Wat verderop in de tekst geven de wetenschappers aan dat het vervangen van verzadigd vet door koolhydraten heeft geleid tot een afname van het risico op hartziekten in Finland. En dat hartziekten zelden voorkwamen in delen van China waar de inname van verzadigd vet zeer laag was:
That replacement of SFA by a variety of carbohydrate-containing foods also reduces CHD risk may be inferred from ecological studies, e.g. in Finland. CHD was almost non-existent in rural China when mean cholesterol levels were approximately 3.5 mmol/L  with total fat intakes only about 15% of energy and extremely low intakes of SFA. These observations, replicated in many countries, should not be ignored.
Dit keer werden 2 referenties gegeven naar wetenschappelijke literatuur (4, 5). Deze artikelen verwijzen allebei naar de "China Study". Wat opvalt is dat in beide artikelen niet werd gekeken naar veranderingen in de vetinname. Tevens werd geen onderbouwing gegeven voor het idee dat het vervangen van verzadigd vet door koolhydraten heeft geleid tot een afname in de sterfte aan hartziekten in Finland.


Wat Pedersen et al van mijn reactie vonden, kunt u lezen in hun antwoord hierop (6). De wetenschappers geven aan dat ik me afvroeg of verminderde inname van verzadigd vet samengaat met een daling van hartziekten. En dat ik dit laat zien door aan te geven dat er een relatieve afname was in de consumptie van verzadigd vet in de VS over de periode van 1990 to 2006:
Hoenselaar expresses doubt if a reduction in SFA intake has occurred concurrent with the decline in CHD mortality in developed populations. This is illustrated by citing the small relative reduction of SFA intake in the US population during the period 1990-5/6.
Dit is een onjuiste weergave van de verandering in de inname van verzadigd vet, zoals ik deze eerder beschreef! Ik liet juist zien dat de inname van verzadigd vet in deze periode steeg van 25,7 tot 27,8 gram. Doordat de inname van koolhydraten sterk steeg in deze periode, daalde - in verhouding - het aandeel verzadigd vet. De grootste verandering die optrad was daarom een stijging in de consumptie van koolhydraten.

Pedersen et al geven aan dat de inname van verzadigd vet daalde in de VS. En dat er ook sprake is van een afname van verzadigd vet - die samenging met een afname van hartziekten - in andere populaties. Hierbij benoemen ze Scandinavië en Nieuw Zeeland:
During several decades before the turn of the 20th century, SFA intake declined and PUFA intake increased in the USA. There are also reports of declining SFA intake concomitant with the reduction in CHD mortality in several other populations. In all Nordic countries, SFA intake has decreased compared to the levels in the 1960s. The decline has been particularly noticeable in the Finnish population that has experienced the most rapid fall in CHD mortality in the world.

New Zealand may be cited as another example.
Ditmaal verwijzen de auteurs naar 5 wetenschappelijke artikelen (7-11). In niet één van deze artikelen werd echter de correlatie tussen verzadigd vet en hartziekten onderzocht! De artikelen lieten zien wat veranderingen in de consumptie van vetten waren in 3 verschillende populaties. Veranderingen in de consumptie van verzadigd vet gingen echter gepaard met veranderingen in de consumptie van onverzadigd vet en transvet:
Two reports described fat intake in the USA. The changes in SFA and PUFA intake were accompanied by a decrease in MUFA intake. Since these three changes were of equal size and took place at the same time, it will take other data to put them in perspective before they can be possibly directly linked to CHD. Two other reports described fat intake in Nordic countries, with an emphasis on Finland. Again, changes in SFA and PUFA intake took place in the same time frame. This time, these changes were accompanied by a decrease in trans-fat (TFA) intake. The New Zealand report is the only article which might suggest a direct link between SFA and CHD. It shows a trend in decreased CHD rates over time, and (in another part of the text) it is mentioned that SFA consumption decreased over time. However, no direct correlation was examined.
Tenslote liet ik zien dat de sterftecijfers aan hartziekten en beroertes het hoogste zijn in landen met de laagste consumptie van verzadige vet. Dit deel heb ik reeds eerder op mijn blog besproken (12).

Conclusie: Een groep van 13 wetenschappers stelt dat het overlijden aan hart- en vaatziekten de afgelopen decennia is afgenomen. En dat deze afname (deels) wordt veroorzaakt door een afname in de consumptie van verzadigd vet. De wetenschappers verwijzen hiervoor naar verschillende wetenschappelijke artikelen, terwijl de relatie tussen verzadigd vet en hartziekten in niet één van deze artikelen werd onderzocht! Persoonlijk vind ik het vrij verontrustend dat een groep van 13 geleerden verregaande conclusies trekt, maar niet in staat is om ook maar één onderzoek te vinden om een theorie te onderbouwen.
Doordat de consumptie van koolhydraten sterk is gestegen in de Verenigde Staten (VS) in de afgelopen decennia, is - in verhouding - het aandeel verzadigd vet gedaald. Maar dat betekent niet dat de inname van verzadigd vet is gedaald. De inname van verzadigd vet in de VS is namelijk gestegen van 25,7 tot 27,8 g per dag! Op basis van deze gegevens, is de meest voor de hand liggende conclusie dan dat een sterke stijging in de inname van koolhydraten (of een lichte stijging in de inname van verzadigd vet) samenging met een daling van hartziekten. In plaats van hiervan suggereren 13 geleerden dat de daling in hartziekten in de VS juist gepaard ging met een kleine daling in de inname van verzadigd vet.


Referenties: 1) Hoenselaar R. Scientists provide incorrect information (part 1). Natural fats do not negatively influence cholesterol. http://dietanddisease.blogspot.com/2012/03/scientists-provide-incorrect.html
2) Pedersen JI et al. (2011). The importance of reducing SFA to limit CHD. Br J Nutr 106, 961-963. http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/21906408
3) US Department of Agriculture and US Department of Health and Human Services (2010) Report of the Dietary Guidelines Advisory Committee on the Dietary Guidelines for Americans, 2010. http://www.cnpp.usda.gov/DGAs2010-%20DGACReport.htm(accessed 20 September 2011).
4) Campbell TC et al (1998). Diet, lifestyle, and the etiology of coronary artery disease: the Cornell China study. Am J Cardiol. 1998 Nov 26;82(10B):18T-21T. 
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/9860369
5) Campbell TC et al (1999). Energy balance: interpretation of data from rural China. Toxicol Sci. 1999 Dec;52(2 Suppl):87-94. http://toxsci.oxfordjournals.org/content/52/suppl_1/87.long
6) Pedersen JI et al (2012). Response to Hoenselaar from Pedersen et al. Br J Nutr 107, 452-454. http://journals.cambridge.org/action/displayAbstract?fromPage=online&aid=8479188
7)  Committee on Diet and Health (1989) Dietary intake and nutritional status: trends and assessment. In Diet and Health. Implications for Reducing Chronic Disease Risk, chapter 3, pp. 41–84. Washington, DC: National Research Council, National Academy Press.
8) Stephen et al (1990). Trends in individual consumption of dietary fat in the United States, 1920–1984. Am J Clin Nutr 52, 457–469.
http://www.ajcn.org/content/52/3/457.long
9) The Project Group: Food Consumption in the Nordic Countries (2001) National, Annual Food Balance Sheets (in Swedish) TemaNord 2001:527. Copenhagen: Nordic Council of Ministers.
10) Valsta LM et al (2010). Explaining the 25-year decline of serum cholesterol by dietary changes and use of lipid-lowering medication in Finland. Public Health Nutr 13, 932–938.
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/20513263
11) Ministry of Health and the University of Auckland (2003). Nutrition and the Burden of Disease: NewZealand 1997–2011. Public Health Intelligence Occasional Bulletin No. 17.Wellington: Ministry of Health. http://www.maorihealth.govt.nz/moh.nsf/
12) Hoenselaar R. Sterfte aan hartziekten en beroertes het hoogst in landen met de laagste consumptie van verzadigd vet. http://roberthoenselaar.blogspot.com/2012/03/sterfte-aan-hartziekten-het-hoogst-in.html

1 reacties:

Anoniem zei

Mooi artikel weer Robert !
Groet
Sandra

Een reactie posten

Twitter Delicious Facebook Digg Stumbleupon Favorites More

 
Design by Free WordPress Themes | Bloggerized by Lasantha - Premium Blogger Themes | Facebook Themes